Stylos Column | Lisa Kappers

24u tot de deadline

14.00 u

Studenten die volledig opgaan in hun laptop of diep gebogen over hun schetsrol, tafel na tafel. Her en der wordt er te hard op enter of escape gedrukt of zo hard gegumd dat er papier scheurt. Het zijn kleine tekenen dat frustratie, moeheid en tegenslagen. Dit is de deadlineweek op Bouwkunde, 24 uur voor de deadline, een tafereel dat vier keer per jaar voorkomt.

Net om de hoek bij de koffieautomaat zitten een jongen en meisje op de grond, beiden met tranen in hun ogen. Een tweede meisje stormt de trap af en verdwijnt naar buiten. “Ik geef haar groot gelijk dat ze weggaat, ik trek dit ook echt niet meer. Niets is af en vergeleken met mijn groepsgenoten heb ik het echt de slechtste producten.”

Met tranen die ondertussen over haar wangen stromen kijkt ze hoopvol op naar de jongen naast haar. Hij probeert haar gerust te stellen. “Komt wel goed, we zijn bijna klaar. En anders halen we vannacht samen door, ja?”

Verderop op atelier wordt een begeleiding gegeven. Drie studenten en docent staan rondom een hoge tafel. Voordat een student wat kan vragen opent de docent zijn mond: “Wil je dit vak halen dan moet dit echt opnieuw, en ik mis ook nog vijf andere producten. Ik ben beter van je gewend.”

De harde woorden uit de mond van de docent klinken over het atelier, meerdere studenten kijken om en het atelier houdt collectief haar adem in. “Nog 10 minuten hier volhouden,” weerklinkt in gedachten van de aangesproken student. Zijn blik wordt wazig en de rest van de begeleiding gaat aan hem voorbij.

22.00 u

Het eind van de avond is in zicht, maar het atelier blijft vol. De tranen van vanmiddag zijn veranderd in een vastberaden blik, gezellig geklets is veranderd in een “laat me met rust, ik móét dit afkrijgen”.

Verpakkingen van afhaalmaaltijden liggen op tafels en vloeren. Her en der staan biertjes, onder het motto ‘alcohol verzacht de stress’.  De bergen op tafel van papier en piepschuim groeien gestaag, het is laat en het aantal fouten in maquettes neemt toe. Op de enter en escape toetsen wordt harder ingeslagen, gescheurd papier wordt gescand bij printers.

24.00 u

De laatste studenten druppelen van atelier naar de bibliotheek of naar huis. Hun armen vol met maquettemateriaal en hun haar vol piepschuim.

“Wie gaat er mee naar mij thuis? Dan halen we samen door.”

08.30 u

Aan het einde van de gang worden al eindpresentaties gegeven. Kleine oogjes en witte gezichten steken scherp af tegen de snel aangetrokken nette outfits. Er klinkt een bedrukte stilte voordat de docent de eerste aanwijst die mag presenteren.

De vier uur presentaties kruipen voorbij. Luisteren naar anderen is er pas bij nádat je zelf bent geweest. Tegelijkertijd lopen vijf docenten langs de posters en maquettes, goedkeurende blikken worden afgewisseld met afkeurende blikken.

13.00

Het is zo ver, tijd voor cijfers. De lijst wordt opgelezen: “Vijf, vijf, … zomeratelier voor jullie …, zes, zeven, zeven, acht, acht, acht, negen”. Een zucht van opluchting klinkt over atelier terwijl er onbewust twee kampen ontstaan: zij die het gehaald hebben en ontevreden zijn, zij die het niet gehaald hebben en ontevreden zijn.

 14.00

Tranen zijn opgedroogd, frustraties zijn uitgesproken en goede cijfers gevierd: tijd voor vrijheid. Tot over 10 weken, lieve deadline week.

Menig bouwkunde student zou niet raar opkijken van bovenstaand scenario. De grote vraag is nu, is het nou eenmaal de gang van zaken? Is het een voorbereiding op ‘de echte wereld’ en wen er maar aan? Liggen deze hoge emoties aan een generatie die zogenaamd niet met druk en stress om kan gaan? Gaat hier constructief iets mis in de denkwijze van studenten en/of docenten? Zeg het maar.