Oprichting en groei

Onder studenten bestaat van oudsher de behoefte om te groeperen, bijvoorbeeld door gemeenschappelijke interesses of behoefte aan gezelligheid. Voor het ontstaan van het Delftsch Bouwkundig Studenten Gezelschap Stylos moeten we terug naar de jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw, toen er binnen het Delftsch Studenten Corps (D.S.C.) regelmatig disputen en gezelschappen ontstonden. Voor bouwkundig ingenieurs gebeurde dit bijvoorbeeld met het dispuut “Practische Studie” (1878) en het dispuut “Uit louter Ingenieurs” (1886). Hoewel deze disputen later weer verdwenen, vormden zij wel de basis voor de oprichting van het Delftsch Civiel en Bouwkundig Gezelschap “Practische Studie” op 13 februari 1894. Al vroeg in de twintigste eeuw werden er vele activiteiten georganiseerd voor beide studierichtingen, omdat de studies destijds veel overlap hadden.

Dat er behoefte was aan een samenkomst blijkt wel als we kijken naar de snelle groei van het Gezelschap. Kort na de oprichting in 1894 telde het Gezelschap enkele tientallen leden, maar dit aantal groeide snel uit tot meer dan vijfhonderd leden in 1920. Echter bleek al een aantal jaar na de oprichting dat de twee studierichtingen verder uit elkaar lagen dan in eerste instantie werd gedacht en ook geleidelijk steeds meer van elkaar gingen verschillen. Toch duurde het nog bijna een halve eeuw voordat beide studierichtingen een eigen vereniging kregen.

In 1911 waren de eerste tekenen van de splitsing merkbaar, toen het bestuur een bouwkunde- en een civiele techniek afgevaardigde naar de Centrale Commissie voor Studentenbelangen stuurde. De verschillen binnen het gezelschap werden in de loop van de jaren steeds duidelijker; in 1927 kwamen er twee afdelingen binnen het bestuur, een voor de civiele en een voor de bouwkundige tak. Beide afdelingen hadden een eigen voorzitter, secretaris en penningmeester en waren gehuisvest in een ander gebouw. Daarnaast werden leden steeds vaker lid van andere studentenverenigingen dan D.S.C. De voorzitter bleef echter tot de jaren vijftig verplicht lid van het Studenten Corps.

Het negende lustrum werd in 1939 door beide afdelingen groots gevierd met als thema “Civiel-ingenieur en architect: een poging tot kenschetsing en begrenzing”, waarmee werd aangegeven dat ook de vereniging zich bewust was van het grijze gebied tussen de twee studierichtingen.

Afsplitsing

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zorgde voor veel verzet binnen het Gezelschap. Met name de civiele afdeling werd een toonbeeld van het ‘Delftsche Verzet’. Al in 1940 gaf Van Hasselt, de toenmalige voorzitter, een toespraak die de geschiedenis in zou gaan, nadat de Joods hoogleraar Josephus Jitta de toegang tot de collegezaal was geweigerd. De woorden van Van Hasselt waren de aanleiding tot de eerste studentenstaking in Nederland tijdens de oorlog. De Duitse bezetters kregen steeds meer door dat de sterke Delftse verenigingscultuur een platform vormde voor verzet en besloten in 1943 de T.H. (Technische Hoogeschool) te sluiten en dat alle verenigingen, zo ook het Gezelschap ‘Practische Studie’, te ontbinden.

Na de bevrijding in 1945 kwam het studentenleven langzaam weer op gang. De onvrede over het conservatieve karakter van de bouwkundeopleiding, die al jaren woedde, bloeide weer op. Eind 1945 leidde deze onvrede tot het ontstaan van een nieuwe studiegroep genaamd “Semper Spatium”, welke een belangrijke rol zou gaan spelen in de uiteindelijke afsplitsing van de bouwkunde-afdeling. De studiegroep had als doel om het heersende traditionalisme te doorbreken en meer aandacht te vragen voor modernistische oplossingen voor naoorlogse bouwkundige vraagstukken. De studiegroep kreeg veel steun onder bouwkundestudenten en al snel was de groep populairder dan het Gezelschap “Practische Studie”. Onder leiding van Semper Spatium kwamen de studenten er stukje bij beetje achter dat het voor het Gezelschap het beste zou zijn om op te splitsen. Uiteindelijk vond deze gedachte ook steun bij de civiele kant.

Vervolgens was de vraag wat de naam van het nieuwe gezelschap moest worden. De eerste serieuze kandidaat was “Atrium Mater”, maar deze naam kreeg geen meerderheid onder de leden. Voor de naam “Vitruvius”, de Romeinse schrijver van het eerste handboek voor de architect, was wel een meerderheid, tot op 2 december 1946 voor het eerst de naam “ΣΤΥΛΟΣ” (Stylos), het Griekse woord voor zuil, werd genoemd. Deze naam werd met veel enthousiasme ontvangen, hoewel er nog lang is gedebatteerd over de vraag of de naam in Nederlandse of Griekse letters moest worden geschreven. Op 22 januari 1947 was de scheiding van het Delftsch Civiel en Bouwkundig Gezelschap “Practische Studie” definitief en ging de bouwkunde-afdeling verder als het Delftsch Bouwkundig Studenten Gezelschap ΣΤΥΛΟΣ.

Op eigen benen

Ondanks de recente opsplitsing vierde de vereniging in 1949 wel gewoon het elfde lustrum van de vereniging, dit keer volledig voor bouwkundestudenten. De jaren die volgden stonden in het teken van de wederopbouw en grote veranderingen in het onderwijs op Bouwkunde. Het traditionalistische ‘Delftsche School’-onderwijs werd steeds meer bekritiseerd en in 1956 kwam er een nieuw onderwijssysteem, met meer vrijheid en een grotere nadruk op het ontwerpen. Door vernieuwende hoogleraren als prof. ir. Van den Broek en prof. ir. Van Eesteren, die door Stylos zeer gesteund werden, kon deze vernieuwing in het onderwijs mogelijk gemaakt worden.

In de jaren 60 van de vorige eeuw verzetten studenten zich fel tegen het plan van architectuurhoogleraren en de BNA om de titel ‘architect’ pas toe te kennen nadat afgestudeerde studenten minimaal twee jaar stage hebben gelopen. Ook Stylos was hier fel tegen en voerde actief campagne tegen de plannen. Dit bleek succesvol en de plannen werden opgeschort.
De veranderende ideeën over de maatschappij en de politiek in de jaren 60 hadden grote invloed op de vereniging. Er werden onder andere symposia georganiseerd waarin de definitie van het beroep ‘architect’ werd besproken en ook in de Algemene Ledenvergaderingen waren dit punten van discussie. De invloed was ook te merken binnen de structuur van de vereniging. Zij nam steeds meer afstand van haar corporale wortels en eind jaren 60 was de voorzitter van Stylos niet meer per definitie lid van het D.S.C. Het bestuur twijfelde tussen oude waarden en nieuwe maatschappelijke tendensen; tussen het dragen van een jacquet of een spijkerbroek. Dit alles leidde in 1967 tot de organisatie van InDeSem, het International Design Seminar, wat tot op heden nog steeds wordt georganiseerd. Met dit initiatief werd geprobeerd de opleiding Bouwkunde te verbreden en in een internationaal daglicht te stellen.

Eind jaren 60 en begin jaren 70 kwam de opstand tegen de bestaande structuren tot een climax. De babyboomgeneratie, die was opgegroeid in een voor hun gevoel sterk verzuild en bekrompen Nederland, vond dat het tijd was voor verandering. In combinatie met het steeds toegankelijker worden van studeren voor bijvoorbeeld de middenklasse, leidden deze gevoelens tot steeds meer actiegroepen op universiteiten die opriepen tot meer inspraak en gelijkwaardigheid. Stylos werd voortaan geschreven als Stielos, om de progressieve houding van de grote groep studenten te ondersteunen. Stielos vocht voor meer inspraak en in vurige debatten en ledenvergaderingen lukte dit stukje bij beetje. Tot ver in de jaren 60 bepaalden de hoogleraren wat er gebeurde op de faculteit, maar door een wetswijziging ontstonden de eerste stappen naar meer inspraak van de staf. Stielos kreeg het op diplomatieke wijze steeds meer voor elkaar om gelijkwaardige inspraak te krijgen tem opzichte van het beleid van de faculteit. Hierin liep Bouwkunde enorm voorop in Nederland en de structuur in de faculteit leek steeds beter te worden. Toen ontstond er een tweede gevaar: Den Haag wilde studeren een stuk duurder gaan maken, waardoor veel studenten studeren niet meer zouden kunnen betalen en hun studie niet af konden maken. Om zich hiertegen te verzetten, bezetten studenten, met name Stielosleden, het hoofdgebouw van de T.H. (gehuisvest in het gebouw Rode Scheikunde, de huidige faculteit Bouwkunde). Na drie dagen bezetting bleek dit protest succesvol. In het 24e lustrum van de vereniging is over deze bezetting een theaterstuk opgevoerd genaamd ‘Delftse Lente’.

In 1972 verhuisde de faculteit van de Oude Delft naar het nieuwe gebouw op de Berlageweg. Dit werd gevierd met een groot Bouwkundefeest met vele duizenden studenten. Het feest werd in de jaren erna vaker georganiseerd, wat leidde tot een traditie voor het organiseren van het grootste faculteitsfeest van Nederland. Ook vandaag de dag wordt dit feest nog iedere twee jaar georganiseerd, onder de naam BkBeats.

Na de zeer linkse periode in de jaren 70 werd in 1980 in een open debat over de koers van studentenbewegingen door de landelijke studentenvakbonden besloten de anti-rechtse-regering koers te laten vallen. Het soort studenten veranderde, werd individualistischer en minder kritisch. Voor Stylos (de naam werd weer op de oude wijze geschreven) betekende dit dat de vereniging zich meer ging focussen op de inhoud van de studie. Ook ging zij zich steeds meer toeleggen op het behartigen van de studentenbelangen en werd steeds minder een protestbeweging. Daarnaast werden er meer extracurriculaire activiteiten georganiseerd en werd er een nieuw blad uitgegeven: Stielabus.

Maar dat Stylos niet helemaal in slaap is gevallen bleek toen werd aangekondigd dat er zware bezuinigingen dreigden, die vooral op de faculteit Bouwkunde te merken zouden zijn. De vereniging nam een leidende rol in de studentenprotesten, net als in de jaren ’60 en ’70, tegen deze bezuinigingen en organiseerde verscheidene protestacties. Het hoogtepunt van deze protestacties werd bereikt met de Dies Fatalis, waarbij vier trams met zevenhonderd studenten en stafleden afreisten naar het Binnenhof in Den Haag om te protesteren. De decaan van de faculteit overhandigde op deze dag een petitie aan de Tweede Kamer, waarna het College van Bestuur bekend maakt dat de bezuinigingen met de helft waren teruggedrongen.

Het eind van de twintigste eeuw stond voor Stylos in het teken van veel bijzondere publicaties. Naast de protesten die zo nu en dan nog werden georganiseerd in de nasleep van de jaren 70, werd er steeds meer gefocust op het maatschappelijke debat rondom architectuur en bereikte zij jaarlijks duizenden mensen op de faculteit en in de praktijk. Er waren zo’n zeventig lezingen per jaar, wat gepaard ging met meerdere publicaties over bepaalde thema’s. Deze maatschappelijke houding, het publiceren van boeken zoals ‘Honderd jaar Fin de Siècle’, ter ere van het 100-jarig bestaan van de vereniging, het organiseren van lezingen en debatten en het vernieuwen van het verenigingsblad “pantheon//” zorgde ervoor dat Stylos in 1998 de prestigieuze Rotterdam-Maaskantprijs won. Dit was naast een geldbedrag een waardevolle erkenning voor het oevre van een decennium Stylos. De jury merkte op dat Stylos meer was dan een ‘gewone studievereniging’: “Stylos stimuleert en vernieuwt regelmatig de discussie en meningsvorming over architectuur en stedenbouw. Dit gebeurt met grote persoonlijke betrokkenheid op een bijzondere, spontane en vooral zeer professionele wijze. Belangrijk daarbij is dat niet alleen studenten worden bereikt, maar de hele vakgemeenschap in Nederland en daarbuiten. Het enthousiasme van Stylos dient gesteund en beloond te worden.”

Ter ere van het 20e lustrum van de vereniging werd een wedstrijd uitgeschreven voor het ontwerpen van een paviljoen. Dit paviljoen werd gebouwd en heeft jaren als bijzonder voorbeeld gediend voor soortgelijke initiatieven. In het nieuwe millennium werden nog twee paviljoens succesvol gebouwd en ook met de rest van de vereniging ging het voorspoedig. Aan de vooravond van het 23e lustrum sloeg echter het noodlot op de faculteit toe. Op 13 mei 2008 zorgde kortsluiting in een koffiezetapparaat ervoor dat het gebouw aan de Berlageweg in rook opging. Ook het kantoor van Stylos, en daarmee een groot deel van het archief, werd volledig verwoest. De zomer werd doorgebracht in tenten, terwijl men zocht naar een tijdelijke locatie voor de faculteit. Deze werd gevonden in het voormalige hoofdgebouw van de T.H. aan de Julianalaan, waar de faculteit tot op heden is gehuisvest.

Na de brand was er ook van Stylos niet veel meer over. In het nieuwe gebouw was het zaak om de vereniging weer op orde te krijgen en een goede basis te leggen, zodat studenten zich weer konden ontplooien. In de jaren na de brand werd er veel aan de interne structuur veranderd, werd zij volledig verantwoordelijk voor haar eigen financiën en stichtingen en werden de statuten van de vereniging vernieuwd. Steeds meer wordt er ingezet om studenten bewust te maken van de wereld om hen heen, de wereld buiten Bouwkunde, bijvoorbeeld door de organisatie van een bedrijvendag, BAU. Er worden discussies georganiseerd, zoals het BEP-debat in 2015 en ook op gebied van onderwijs heeft Stylos nog steeds veel invloed door haar deelname in de FSR en de Opleidingscommissie (OC).

Door de brand in 2008 is de vereniging een zeer groot deel van haar archief verloren. Heeft u nog archiefstukken die u aan ons zou willen schenken, neem dan vooral contact met ons op. Daarnaast is het bestuur altijd geïnteresseerd in uw verhalen over de geschiedenis van Stylos. Loop vooral even langs ons kantoor of bel of email ons!